In bed with madonna…

Vandaag ben ik naar de grootste rommelmarkt van België geweest. Althans volgens de organisatoren. En het zou wel eens kunnen. Bijna gans Welle (deelgemeente Denderleeuw) stond vol. Straat na straat. Om 10u zondagmorgen ben ik aan mijn eerste kraam begonnen. Om zeven uur later af te klokken. En te weten dat ik nog niet alles gezien heb. Dus dat van die grootste rommelmarkt, zou nog wel eens kunnen kloppen.

Verder kan ik u zeggen dat videocassetten nu echt wel definitief out zijn. Worden per kilo verkocht. En boeken over Frank Vandenbroucke werden blijkbaar ook in een opwelling gekocht. En na de postzegels, sigarenbandjes, champagnecapsules zijn er blijkbaar ook mensen die papiertjes van suikertjes voor de koffie sparen. En ook weer verkopen blijkbaar. Al weet niet ik of daar een markt voor is. Alvast dan toch een rommelmarkt.

En ik heb in ieder geval een paar LP’s heel goedkoop op de kop kunnen tikken. En omdat ik geen platenspeler heb, heb ik ze dan maar aan de slaapkamermuur omhooggehangen. Zodanig dat als ik s’ morgens vroeg mijn ogen open doe, ik recht in de ogen van Madonna kijk. Die van the early years. Met kauwgum en schone oorbellen. Geef toe. Er zijn ergere dingen. Al weet ik niet of ik die Elvis Costello met zijn fototoestel ga laten hangen. Zou mij wel eens kunnen afleiden als ik aan het euh lezen ben in mijn bed.

Image

Advertenties

me singing along with boney m

Tradities. Ik ben er niet geheel vies van. Ze geven enige structuur en geruststelling. En vooral, ze kunnen ook fun zijn.

Zo herinner ik mij die zomer in 1999. Ik was net een paar maanden aan het werk. In mijn eerste job. Die na 15 jaar nog altijd mijn eerste job is! Want ook daar blijkbaar enige structuur en geruststelling. Ik herinner me dat we na het werk nog een pintje gedronken hebben. Op de vakantie. En aangezien het mijn eerste job toen was, had ik helemaal nog geen congé payé. Maar toch nam ik paar weken onbetaald verlof. Those were the days.

En die vrijdagavond reed ik naar huis. Van Aalst naar Gent. Langs de oude baan. Ik weet nog dat het schitterend weer was. Want dat hadden we toen nog in 1999. Zomers. En ik reed met de ramen open. Mr cool. Met zonnebril. En de verzamelcd van Boney M schalde door mijn grijs golfken. En net toen ik aan de MacDonalds passeerde in Wetteren begon dit liedje te spelen. En toen had ik zo één van die momenten. Van die momenten dat je voelt dat alles goed zit. Dat alle puzzelstukjes passen. En ik herinner dat ik toen echt overmand werd door een golf van pure gelukzaligheid. En ik ben toen met een big smile en dit liedje op endless repeat naar huis gereden.

En sindsdien is geen enkele eerste dag van mijn verlof begonnen zonder dat ik ’s morgens mijn cd van boney m klaarleg in de auto. En ook al miezerde het buiten toen ik daarnet naar huis reed.

In mijn hoofd is het zomer.

Hurray… hurray….

i am a lucky bastard! or not?

Ik geloof ergens in het een soort van noodlot. Een soort van hogere voorbestemdheid. Als iets moet gebeuren zal het dan ook gebeuren. Maar je kan wel je lot een stuk in eigen handen nemen. Als je thuis gaat zitten wachten tot je toekomstig lief vanzelf aan de deur gaat kloppen… Tenzij je toekomstige natuurlijk bij de lokale carnavalsgroep zit en net die avond rondgaat om zelfgebakken wafels te verkopen. Maar u begrijpt wel waar ik heen wil.

Dus toen ik een paar dagen geleden 2 euro vond op het voetpad, was er voor mij eigenlijk geen twijfel mogelijk. Ik zou er een klein volkorenbrood mee kunnen kopen en dat zou een verstandige investering zijn. Maar ik stond al snel in de krantenwinkel voor twee mini-win-for-lifes. Want ik zie die twee euro als een teken van de hogere machten dat het noodlot mij misschien wel gunstig gezind is! En dus stond ik daar enthousiast te krabben. Wel. Die twee euro leverde mij toch 10 seconden krabplezier.

Shit.

Ik ben verkeerd geweest he!

Ik had die twee euro beter gehouden voor als mijn toekomstig lief uit carnavalsgroep langs gaat komen met haar wafels. Toemme hein.

Pierre goes loco deel 8

U las het hier ergens al. Ik heb niets met klassieke muziek. We hebben ons daar al een keer een beetje in ingewerkt door eens paar cd’s van Klara te kopen. Maar de bedoeling van het ganse “Pierre goes loco”-ding is natuurlijk om eens dingen te doen die we anders niet doen. 

Dus vanmiddag was het tijd for the real thing. Want ik had gelezen dat er gratis concert was van Cantate Domino in Lebbeke. Ja gratis! Dus als het niet goed was, moest ik ook geen spijt hebben omdat ik er geld had ingestoken. Ik win altijd. Behalve dat ik net op die zondagnamiddag dat het lekker weer was in een muffe kerk in Lebbeke zat natuurlijk. But you can’t have it all.

Cantate Domino is het jongenskoor  dat aan het Sint-Maartens-Instituut in Aalst verbonden is. Zoals Scala, maar dan in korte jongensbroeken en kostuumvest. En geen covers van Metallica of Enya. Neen. Ze brachten vanmiddag Johann Baptist Vanhal en Joseph Haydn. Met hun hits Kyrie en Gloria in excelsis Deo. En dan vergeet ik Agnus Dei nog. En Sanctus.

Ik heb de volle twee uur alvast uitgezeten. En ondertussen een gans doosje tic tacs opgegeten. En geprobeerd of ik de muziek beter kon voelen met mijn ogen dicht. Maar dat was flirten met de slaapgrens. Jongenskoren zijn toch niet zo mijn ding denk ik. Al zorgden ze wel voor het nodige drama toen er met half uur verschil twee van hun sus draaiden. Dat hield de spanningsboog wel even strak. Zo raden wie de volgende zou zijn die ging bezwijken. Maar ze bleven staan. En ze deden dat op zich wel goed en professioneel hoor. Maar niet zo mijn ding.

Gelukkig kon mijn blik aangenaam verpozen bij het fijne vingerwerk van de celliste.

my own hall of fame…

Ik had al een tijdje geleden eens vijf zwarte fotokaders gekocht. Maar nog niet opgehangen. Bij gebrek aan iets om in de kader te steken. Tot ik in De Sleghte een paar weken geleden een fotoboek kocht met foto’s van rocksterren. Knappe foto’s. En eigenlijk een beetje zonde om daar paar bladzijden uit te scheuren. Maar nu heb ik vijf sterren aan mijn muur hangen.

Het is nu de bedoeling om op een rommelmarkt nog telkens een LP van de artiest op de kop te tikken en erbij te hangen. In my own hall (mag u letterlijk nemen) of fame.

ImageImage

madonna is fucking with my mind…

Ken je dat? Dat een song plots in je hoofd zit en dat je die er niet meer uitkrijgt? Als dat een leuk liedje is, valt dat nog best mee eigenlijk. Maar ik kan dat ook hebben met Benny Neyman of de George Baker Selection. Of de Dolly Dots. Niet dat dat geen leuke liedjes zijn hoor! Maar dit soms tot wanhoop van de huisgenoten wanneer ik dat te pas en onpas zing. Met bijbehorende danspassen.

Maar gisteravond nestelde Madonna zich in mijn hoofd. En ik heb het wel voor de Madonna uit de beginjaren. Dat hoort bij mijn heel prille tienerfascinatie voor blonde vampen. Madonna, Blondie en Kim Wilde. En de blonde van ABBA natuurlijk. De übervamp. Maar gisteravond deelde ik mijn hoofd met Madonna. Met borderline. Eén van haar beste nummers ooit. Samen met live to tell.

En vanmorgen zat ik in de auto op weg naar vergadering van borderline te zingen. Met op de achtergrond radio1. En plots na 20 minuten op de radio. Borderline. How weird is that? Zeg nu zelf. Hoe lang is het geleden dat u borderline op de radio hoorde. En dan nog radio 1. Laat staan dat je zelf van borderline zat te kwelen 20 min eerder. This is serious shit i tell you!

Oh en dan vergeet ik deze blonde stoot nog bijna. U die dacht dat fluo-kleuren de hype van deze zomer zal worden. Vanessa was haar tijd ver vooruit!

Oh help. Ik krijg plots invasie in mijn hoofd van blondjes uit de jaren’80. Ze blijven maar komen. Help.

50 tinten rood

Deze morgen bij de apotheker om de hoek. Een stuk of vijf wachtenden voor mij. En de apotheker was druk bezig achterin om een soort van zelfbereide zalf voor iemand klaar te maken. Eén van de wachtenden voor mij was een oma met haar twee kleinkinderen. Ik schat van zes en vier. En de oudste keek heel geïnteresseerd naar de kast met flesjes en flacons. Tot hij plots tegen zijn oma zei “Kijk oma. Hier staan beestjes op. Ja jongen. Dat is luizenshampoo.” En toen voelde ze plots dat iedereen meeluisterde. Omdat je nu eenmaal in een muisstille apotheek staat. En je dus eigenlijk wel verplicht bent om mee te luisteren. En de oma kleurde plots wat roder. “Maar dat heb jij nog niet nodig gehad hé, luizen”. Ze slaagde er nog in deze zin over haar lippen te krijgen terwijl ze nog een paar tinten roder werd. “Oh jawel hoor oma. Ik heb al twee keer luizen gehad. En broer ook”.

Eigenlijk had ik wel medelijden hoor met de oma. Terwijl de 50 tinten rood bezit namen van haar lijf…

ik ben afgepoederd…

Ik had er al van gehoord hoor. Ik dacht dat het Mars was. Niet de planeet. De snoep. Om te besparen hadden ze de mars 5% kleiner gemaakt. De snoep. Niet de planeet. Niemand ziet dat. Niemand gaat daar een mars minder voor eten. En dat alles leverde geloof ik 7% meer winst op. Want je blijft die mars natuurlijk aan de oude prijs verkopen. Pampers doet ook zoiets. Die houden hun prijs al jarenlang heel stabiel. Dus geen grote prijsstijgingen. Maar wel steeds minder pampers in datzelfde pak. Count your profit.

En ik ben daarnet ook tegen een marketingzet aangelopen. Ik had me twee mega-dozen waspoeder gekocht. Want als ik er in de Colruyt twee tegelijk kocht kreeg ik 2euro korting. Ik had dus twee reuzedozen mee naar huis. Maar groot was mijn verrassing toen ik de nieuwe (!) doos opendeed, en zag dat ze voor bijna een kwart gevuld was met lucht. Goed ruikende lucht weliswaar. Maar toch. En ik heb het niet nagewogen, maar ik ben ervan overtuigd dat het netto-gewicht dat vermeld staat op de doos, ook daadwerkelijk in mijn doos zat. Maar de grote doos geeft je verkeerdelijk de indruk dat je met mega-doos waspoeder naar huis gaat. En dat die hoge prijs dus zeker verantwoord is!

Tssss. Maar ik heb ze toch mooi ontmaskerd. Didn’t I?

Image

Pierre goes loco deel 7

Ik keek nog eens steels om heen. Niemand in de buurt. En toen trok ik het hek voorzichtig opzij en stapte het terrein op. Na een paar stappen was ik in de fabriek. En het was alsof ik een andere wereld binnenstapte. Ik nam het fototoestel in mijn hand en zou het pas drie uren en een paar honderd foto’s later weer loslaten. Ja. Ik deed aan urban exploration. Foto’s gaan nemen in verlaten fabrieksgebouwen. Spannend. Want, eigenlijk een beetje verboden. Wegens privé-terrein. En ook was wat instortingsgevaar. En je weet nooit wie of wat je op zo’n verlaten plek tegenkomt. I like it.

Het gevoel om van fabriekshal tot fabriekshal te stappen was fantastisch gewoon. Even twijfelen. Ga ik die roeste ijzeren trap op? En het wauw gevoel als je eenmaal boven bent. En die hoge fabrieksschouw die plots opdoemt als je een hoek omslaat. Of die voetstappen die je plots hoort, en je oog in oog staat met iemand anders met een fototoestel in de hand. Een knikje. En dan gaat elk weer zijn eigen weg. Uren gleden voorbij. En dat allemaal op een locatie op nauwelijks 4 km van mijn woonkamer. Dit smaakt naar zoveel meer. Oh yeah.

foto12

foto42

 

 

 

foto106

foto81

foto24

foto61

den autocollant

’t Is weer die tijd van het jaar. Je ziet ze slinks naar je staan loeren bij de verkeerslichten. Ze proberen zich nog te verstoppen maar hun fluo-hesjes zijn net iets te fluo. En zodra het licht op rood springt stormen ze in groep naar de wachtende automobilisten. Hun rode kruisstickers in de hand. En ik merk dat die actie eigenlijk op veel sympathie kan rekenen. Bijna iedereen koopt zo’n sticker. Ik ook. Uiteraard.

En dan begint het grappig te worden. Iedereen legt die sticker dan op het dashboard. Als een soort passe-partout om de volgende dagen ongehinderd kruispunten te kunnen passeren. En naarmate de rode-kruis-stickerverkoperes uit het straatbeeld verdwijnen, verdwijnen ook die stickers. Maar hebt u eigenlijk al eens ooit zo’n sticker ergens zien opkleven? Neen.

Want dat is toch uiteindelijk het doel van een sticker he? Ergens opkleven. En voor het rode kruis zou het nog wat extra reclame zijn moesten een paar tienduizenden mensen met een sticker op de achterruit rondrijden. Neen, ze hebben die verrekte dingen dan ook een halve meter lang gemaakt. Ok. Het kan iets minder lang zijn, but you get my point. Niemand kleeft zo’n rol behangpapier op de auto. Of op de kast.  Of op een kinderhand. Ik denk dat de meeste mensen die stickers gewoon weggooien. Zonde eigenlijk. Volgens mij valt hier meer uit te halen. Marketinggewijs.